In Orwells roman 1984 verkeert de wereld in permanente staat van oorlog. Hoofdpersoon Winston kan zich niet herinneren dat er ooit geen oorlog was. Die oorlog zorgt voor angst onder de burgers, terwijl hij er tegelijkertijd voor zorgt dat zij niet in opstand komen. Oorlog is vrede, is de doublethink van De Partij uit de dystopische roman. De UvA verkeert in permanente staat van bezuiniging. Kan iemand zich herinneren dat er niet versoberd moest worden?
Medewerkers van de universiteit buigen soepel mee. Bezuinigingen omdat er meer studenten komen, bezuinigen omdat er minder studenten komen. Maar onafgebroken besparen leidt er uiteindelijk toe dat de koek op is. Je kunt maar zo ver de broekriem aantrekken: op een gegeven moment houdt het op. Bovendien kan de universiteit zelf niets doen om bezuiniging af te wenden. Meer studenten binnenhalen is niet mogelijk en studenten afschrikken is niet de bedoeling.
De individuele docent heeft daar al helemaal geen invloed op. Hij is oorzaak van het probleem noch kan hij bijdragen aan de oplossing. Als een marionet van de bestuurders voert hij uit, totdat hij op is.